Normtoetsing van bouten en voorspanbouten volgens Canadese normen

Vertaald door AI vanuit het Engels

De krachten in bouten inclusief wrikkrachten worden bepaald door middel van eindige elementenanalyse. De boutweerstanden worden getoetst volgens S16 – Hoofdstuk 13.

Bouten

Treksterkte van bouten

De trekweerstand van een bout wordt beoordeeld volgens Clausule 13.12.1.3 en is gelijk aan:

\[ T_r = 0.75 \phi_b A_b F_u \]

waarbij:

  • ϕb = 0.8 – weerstandsfactor voor bouten, aanpasbaar in de norminstellingen
  • Ab – dwarsdoorsnede-oppervlak van een bout op basis van de nominale diameter
  • Fu – gespecificeerde minimale treksterkte van een bout

Wanneer de boutdraad wordt gesneden door een afschuifvlak, wordt de afschuifweerstand genomen als 0.7 Vr.

Afschuifsterkte van bouten

De afschuifweerstand van een bout wordt beoordeeld volgens Clausule 13.12.1.2. Elk afschuifvlak van een bout wordt afzonderlijk getoetst. Deze wordt genomen als:

\[ V_r=0.6 \phi_b A_b F_u \]

waarbij:

  • ϕb = 0.8 – de weerstandsfactor voor bouten, aanpasbaar in de norminstellingen
  • Ab – dwarsdoorsnede-oppervlak van een bout op basis van de nominale diameter
  • Fu – gespecificeerde minimale treksterkte van een bout

Wanneer de boutdraad wordt gesneden door een afschuifvlak, wordt de afschuifweerstand genomen als 0.7 Vr.

Gecombineerde trek en afschuiving in een verbinding op spatkracht

De weerstand van een bout belast door gecombineerde trek en afschuiving wordt beoordeeld volgens Clausule 13.12.1.4 en is gelijk aan:

\[ \left ( \frac{V_f}{V_r} \right )^2 + \left ( \frac{T_f}{T_r} \right )^2 \le 1 \]

waarbij:

  • Vf en Tf zijn respectievelijk de rekenwaarde van de afschuifkracht en de trek kracht die op de bout werken
  • Vr en Tr zijn respectievelijk de rekenwaarde van de afschuifweerstand en de trekweerstand van de bout

Druksterkte in boutgaten

De weerstand die bij de bout in een boutverbinding onderworpen aan druk en afschuiving wordt ontwikkeld, wordt beoordeeld volgens Clausule 13.12.1.2 en is gelijk aan

Br = 3 ϕbr t d Fu    voor reguliere boutgaten

Br = 2.4 ϕbr t d Fu    voor langsgaten belast loodrecht op deze gaten

waarbij:

  • ϕbr = 0.8 – weerstandsfactor voor de druk van bouten op het staal
  • t – kleinste dikte van de verbonden platen
  • d – diameter van een bout
  • Fu – treksterkte van het verbonden materiaal

Uitscheurweerstand van een boutgat

De uitscheurweerstand van een boutgat wordt getoetst voor individuele bouten volgens Clausule 13.11 als:

\[ T_r = \phi_u 0.6 A_{gv} \frac{F_y+F_u}{2} \]

waarbij:

  • ϕu = 0.75 – weerstandsfactor voor constructiestaal
  • Agv = 2 ∙ l ∙ t – bruto oppervlak in afschuiving
  • Fy – vloeigrens van het verbonden materiaal
  • Fu – treksterkte van het verbonden materiaal
  • l – afstand van de hartlijn van de bout tot de rand in de richting van de afschuifkracht
  • t – dikte van het verbonden materiaal

Voor staalsoorten met Fy > 460 MPa dient (Fy + Fu) / 2 te worden vervangen door Fy bij de bepaling van Tr.

Bouten in glijkritische verbindingen

De glijweerstand van een boutverbinding wordt beoordeeld volgens Clausule 13.12.2 als

Vs = 0.53 cs ks Ab Fu

waarbij:

  • cs – coëfficiënt bepaald op basis van ks en boutklasse:
  • voor ks < 0.52     klasse A    cs = 1.00    (A325) of 0.92 (A490) of 0.78 (overig)
  • voor ks ≥ 0.52    klasse B    cs = 1.04 (A325) of 0.96 (A490) of 0.81 (overig)
  • ks – wrijvingscoëff. aanpasbaar in de norminstellingen, in te stellen volgens Tabel 3 in S16-14; gelijk aan 0.3 voor klasse A of 0.52 voor klasse B
  • Ab – dwarsdoorsnede-oppervlak van een bout op basis van de nominale diameter
  • Fu – gespecificeerde minimale treksterkte van een bout

Wanneer langsgaten worden gebruikt in glijkritische verbindingen, geldt Vs = 0.75 ∙ 0.53 cs ks Ab Fu.

Een bout die zowel aan trek als afschuiving is onderworpen, moet voldoen aan de volgende relatie:

\[ \frac{V_f}{V_s}+1.9\frac{T}{A_b F_u} \]

waarbij:

  • Vf en Tf zijn respectievelijk de rekenwaarde van de afschuifkracht en de trek kracht die op de bout werken

Clausule 13.12.2 stelt dat de weerstanden van de verbinding zoals gespecificeerd in Clausule 13.12.1 getoetst moeten worden. De gebruiker dient daarom de toestand na het optreden van glijding te controleren, d.w.z. de overdracht van de afschuifkracht van bouten wijzigen van "Wrijving" naar "Spatkracht – wisselwerking trek en afschuiving".

Detaillering

Bij de detaillering van boutverbindingen worden de minimale hartafstand en de minimale randafstand getoetst volgens S16-14 – 22.3. De minimale hartafstand (2.7 d – aanpasbaar in de norminstellingen) en de minimale randafstand (1.25 d) worden getoetst.

Gerelateerde artikelen